Nederlandse taal  English language  Deutsche Sprache 

Treinstel NS 27 van de Stichting Het Nederlands Spoorwegmuseum (SpM)

copyright P. Esseling

TractievormDiesel-elektrisch
FabrikantBk: Werkspoor NV, Zuilen
ABk en mBD: Fa J.J. Beijnes, Haarlem
Dieselmotoren: Maybach-Motorenbau GmbH, Friedrichshafen (D)
Elektrische installatie: NV Heemaf, Hengelo (O)
TypeDE 3, serie 11 - 50
Bouwjaar1934
Spoorwijdte1435 mm
StandplaatsUtrecht Maliebaan
Bedrijfswaardignee
Status NRRA
Gewicht101 ton
Lengte o/b63,620 m
Asindeling2' A1A' A1A' 2' de
Tractiedetails

dieselmotor:  2 x Maybach
- aantal cilinders:  12
- boring x slag:  150 x 200 mm
- continu vermogen:  2 x 410 epk bij 1400 omw/min
motorgenerator:  2 x Smit GMT 1040
tractiemotor:  4 x Heemaf TM 72   of   4 x Smit GT 38/224
tandwielverhouding:  30 : 77
middellijn drijfwielen:  900 mm
snelheid: 125 km/h

Oorspr.eigenaarsNederlandsche Spoorwegen (NS)
      

1934 Was een belangrijk jaar voor de Nederlandse Spoorweggeschiedenis. De diesel-elektrische driewagentrein werd geïntroduceerd en was meteen een sensatie door de vele vernieuwingen die werden ingevoerd. Daarvan zijn de belangrijkste:
- diesel-elektrische tractie; dat wil zeggen dat (in dit geval) twee Maybach-dieselmotoren, opgesteld in de motorkamer van het middelste rijtuig, elk een Heemaf-generator (dynamo) aandrijven die de energie leveren voor de vier elektromotoren voor de voortbeweging van de trein);
- nagenoeg ideale stroomlijnvorm met ronde koppen en geheel gelaste vlakke rijtuigbakken met laag eigen gewicht;
- vlakliggende ramen en schuifdeuren, onderkapping met schortplaten,
- automatische Uniropkoppelingen (geen buffers);
- uitvoering als treinstel, waarbij drie rijtuigbakken kortgekoppeld met elkaar verbonden zijn. In die drie bakken was ruimte voor de 2e klasse (48 zitplaatsen), 3e klasse (120 zitplaatsen), een bagageruimte en de machinekamer voor de dieselmotoren;
- seriebouw op grote schaal, want er werden in één keer veertig treinstellen besteld zonder vooraf een prototype te laten bouwen, toch wel een risico!
- zachte zittingen ook in de 3e klasse en daar vier i.p.v. vijf zitplaatsen in de breedte met voor die tijd veel plaatsruimte;
- in de 2e klasse drie i.p.v. vier zitplaatsen in de breedte;
- de 1e klasse werd niet nodig geacht wegens het grote comfort in de 2e klasse;
- geheel nieuwe kleurstelling, zilvergrijs afgewerkt met rode biezen en aluminiumkleurige daken en schortplaten.

Bovendien waren er veel technische vernieuwingen, zoals schuifdeuren i.p.v portieren, verlaagde instapbalkons, stalen buismeubelen, aluminium bagagerekken, schuiframen voor extra ventilatie en trommelremmen i.p.v. gietijzeren remblokken.

De serie bestond uit 40 treinstellen, waarvan de 11 - 25 en 41 - 50 gebouwd werden door Werkspoor, de 26 - 35 door Beijnes en de 36 - 40 door Allan. Een treinstel bestond uit de vaste samenstelling Bk - mCD - Ck
B = 2e klasse,
C = 3e klasse,
D = bagageafdeling,
k = koprijtuig,
m = motorrijtuig.

In de oorlogsjaren werd begonnen de Bk' s te verbouwen tot BCk, waar bij een afdeling met 24 zitplaatsen werd gewijzigd in een afdeling met 36 zitplaatsen facultatief voor de 2e of 3e klasse.

Aan het eind van de 2e wereldoorlog werden de meeste treinstellen naar Duitsland weggevoerd.

Van wat in Nederland was achtergelaten en van wat na de oorlog terugkeerde was veel verbrand of vernield. Slechts 29 van de 40 stellen konden hersteld worden, waarbij delen van verschillende treinstellen samengevoegd werden. Slechts 12 treinstellen reden in hun oorspronkelijke samenstelling. 17 Stellen hadden hun oorspronkelijke Maybach-motoren behouden en 2 hadden nog hun Stork-motoren. Vanaf 1952 werden nog 10 treinstellen opgebouwd, maar deze werden voorzien van nieuwe Werkspoor-motoren van het type RUB.

De facultatieve afdeling 2e of 3e klasse werd in 1954 definitief 3e klasse.

De dieseltreinen bleven rijden op de belangrijkere niet-geëlektrificeerde lijnen, maar werden door de voortgaande elektrificatie steeds verder verdreven naar minder belangrijke en lokaalspoorwegen.

Door het in dienst komen van Blauwe Engelen werden de 29 oude dieseldrieën vernummerd in de serie 141 - 169.

Vanaf 1957 t/m 1959 werden de Maybach-treinstellen afgevoerd en in 1963 verdwenen die met Werkspoormotoren uit de dienst. In dat jaar werd een treinstel voor het Spoorwegmuseum gereserveerd dat bestond uit de rijtuigen Bk 163 (ex 12) - mBD 157 (ex 27) - ABk 163 (ex 27), die samen het 'nieuwe' treinstel 27 zouden vormen. De machinewagen heeft nog zijn oorspronkelijke Maybach-motoren.

In 1968 werd het geheel opgeknapte treinstel het Spoorwegmuseum binnengereden, maar niet meer op eigen kracht.
(BS 18/5 '13)

Data beheerd door:
Vervang (a) door @, dit is een antispam maatregel.